Terugblik PgD studiemiddag ‘Verlangen naar de dood’
Op 21 maart verzorgde Marion Klaver een boeiende PgD-studiemiddag over doodsverlangens bij ouderen en hoe je je hier als psycholoog toe kan verhouden.

Welke perspectieven spelen er rondom doodsverlangens? Wat is de rol van de psycholoog? En hoe ziet het therapeutische gesprek tussen een psycholoog en iemand met doodsverlangens eruit?
Marion schetst allereerst dat er rond het thema levenseinde de afgelopen 10 à 20 jaar meer aandacht kwam voor het zelfgekozen levenseinde. In 2002 kwam de euthanasiewet, waarbij het onder bepaalde voorwaarden mogelijk werd dat artsen niet strafbaar waren als zij euthanasie of hulp bij zelfdoding bieden aan een patiënt. Een van die voorwaarden is ‘uitzichtloos en ondragelijk lijden’ ten gevolge van een medische aandoening. Later kwam de term ‘voltooid leven’ op, waarbij het gaat om een wens tot levenseinde zonder medische aandoening.
Marions belangstelling was gewekt en zij deed onderzoek naar het thema door middel van literatuurstudie, contact met cliënten en collega’s, bestuderen van media/ documentaires en micro-analyses van cliëntgesprekken. Uiteindelijk schreef ze hier een boek over genaamd ‘Doodsverlangens: Therapeutische gespreksvoering met ouderen die verlangen naar de dood (Gompel & Svacina, Antwerpen/Den Bosch, 2024).
Terminologie en cijfers
Er zijn verschillende termen in gebruik rond het zelfgekozen levenseinde, waarbij Marion gekozen heeft voor ‘doodverlangens’, omdat deze term het geheel aan gevoelens, gedachten en gedrag dekt. Er is grofweg een driedeling te maken bij doodsverlangens:
- Een passieve doodswens (geen actieve handelingen);
- Een actieve doodswens (actie ondernemen, eventueel pas in de toekomst, niet urgent, toekomstgericht);
- Een wens tot levensbeëindiging (actie ondernemen, hoge urgentie: zo snel mogelijk).
Bij het zelfgekozen levenseinde zijn er meerdere vormen, zoals euthanasie, maar ook suïcide, hulp bij zelfdoding (arts geeft iets aan de patiënt, patiënt voert zelf uit), stoppen met eten en drinken en levensverkortend behandelbeleid. In de euthanasiewet wordt onderscheid gemaakt tussen medisch lijden (denk aan: somatisch, psychiatrisch, stapeling van ouderdomsklachten, dementie) en niet-medisch lijden (existentieel lijden, ‘voltooid leven' of 'klaar met leven'). Uit het LASA-onderzoek – een groot longitudinaal onderzoek onder 65+’ers – komt naar voren dat 4% van de ouderen een actuele doodswens heeft. Dit komt neer op 117.000 ouderen. Eerder was dit percentage 3,8%.
Perspectieven bij doodsverlangens
Na de presentatie van de terminologie en enkele cijfers, licht Marion toe vanuit welke perspectieven je kunt kijken naar cliënten met doodsverlangens:
- Cliëntperspectief: in de huid van de cliënt kruipen om te kunnen ervaren wat hij of zij ervaart
- Persoonlijk perspectief: je eigen perspectief als professional (o.a. normen/waarden). Het is belangrijk om te weten van jezelf hoe je zelf kijkt naar doodsverlangens en of/hoe het je handelen beïnvloedt. En hoe zorg je goed voor jezelf in omgang met cliënten met doodsverlangens?
- Juridisch perspectief: het toetsen van of er juridisch gezien sprake is van ondraaglijk en medisch lijden. Dit perspectief maakt dat je andere vragen gaat stellen dan bij bijvoorbeeld het cliëntperspectief, omdat je andere informatie boven wilt halen.
- Systeemperspectief: in het systeem (o.a. familie, zorgmedewerkers, zorgprofessionals) kunnen veel verschillende meningen, emoties en belangen een rol spelen. Dit zorgt ook voor vaak complexe dynamiek.
- Maatschappelijk perspectief: eerder had het geloof bijvoorbeeld veel invloed op het maatschappelijke perspectief. Nu zie je een verschuiving van het maatschappelijk perspectief naar ‘waardig sterven’, eigen regie, zelfbeschikkingsrecht en maakbaarheid van het leven. Mensen hebben het idee recht te hebben op euthanasie.
In een nagespeeld gesprek in de zaal laat Marion zien hoe je het cliëntperspectief kan exploreren door het stellen van open vragen en een houding van nieuwsgierigheid en niet-oordelen. Naast de verschillende perspectieven besteedt ze aandacht aan twee belangrijke begrippen die een rol spelen bij doodsverlangens, namelijk ambivalentie en entrapment en tenslotte staat ze kort stil bij vier therapietaken.
Ambivalentie
Ambivalentie betekent dat de persoon zich zowel naar het leven als naar de dood toe beweegt. Dit is bij doodverlangens een natuurlijk fenomeen en heel menselijk. Mensen met doodsverlangens kunnen zowel de dood wensen, als nog het leven (willen) ervaren. Op welke dimensies is deze ambivalentie te zien?
- Hechting en onthechting (bijv. een cliënt die een datum had geprikt voor de euthanasie, maar die ook nog nieuwe hobby’s opstartte);
- Rationele en niet-rationele overwegingen;
- Controle nemen over het proces en ondertussen blijven hangen in onzekerheid;
- Weerstand bieden aan interferentie (anderen die zich ermee bemoeien) en ondertussen verlangen naar steun;
- Legitimiteit en onwettigheid; ouderen hopen dat anderen hun doodswens als begrijpelijk en gerechtvaardigd beschouwen, maar ervaren ook veel veroordeling.
Omgaan met ambivalentie
Ambivalentie is vaak verwarrend voor een oudere met doodsverlangens. Als psycholoog kan je ambivalentie uitvragen, erkennen en normaliseren. Het is ook verwarrend voor betrokkenen, zoals familie en vrienden. Als psycholoog kan je het systeem en de dynamiek hierin leren kennen en de ambivalentie bespreekbaar en begrijpelijk maken. Ten slotte kan ambivalentie ook verwarrend zijn voor jou als zorgprofessional. Hierbij is het belangrijk om niet te willen ‘oplossen’, maar te leren verdragen.
Entrapment
Entrapment is een pathologisch fenomeen, legt Marion uit. Het gaat hierbij om een bewustzijnsvernauwing oftewel ‘verkokering’, waarbij iemand geen andere oplossing meer ziet dan de dood. Entrapment heeft effect op het therapeutisch contact; mensen zijn minder geneigd hun binnenwereld te delen en zien de urgentie daar ook minder van in. Je kunt als psycholoog minder verbinding ervaren met je cliënt. Entrapment kan een therapeutisch aangrijpingspunt zijn, gesprekken voeren met als doel het perspectief van de cliënt te verbreden. Dit kan o.a. door het opsporen van irreële verwachtingen en meer focus leggen op positieve levensgebieden. Marion verwijst naar haar boek, waarin ze meer deelt over hoe je entrapment kan ‘uitpluizen’. Ze deelt in haar boek ook veel voorbeeldvragen die je zou kunnen stellen als psycholoog.
Vier therapie-taken als psycholoog
Marion deelt vier taken die je als psycholoog hebt in contact met een cliënt met doodsverlangens. Deze vier taken kunnen in het contact door elkaar heen lopen of tegelijk plaatsvinden.
Contact maken
Hierbij gaat het erom dat je er bent voor de cliënt en dat je nabijheid en vertrouwen biedt en verbindt met de binnenwereld van de ander zonder te oordelen. Dit kan door te vertragen, stilte er te laten zijn, open vragen te stellen en reflectief te luisteren (luisteren en de dingen teruggeven die je hoort, zoveel mogelijk in de woorden van de cliënt). Het is hierbij de uitdaging van de psycholoog om het lijden te verdragen, het er gewoon te laten zijn. Het kan helpen om jezelf nieuwsgierig op te stellen en niet van tevoren na te denken over in welke richting je wilt eindigen in gesprek. Ook is het belangrijk om te reflecteren op jezelf en zelfcompassie te oefenen, want zo’n gesprek doet ook wat met jou als psycholoog.
Cliëntperspectief exploreren
Dit kan op twee manieren, zowel begrijpend als verklarend:
- Begrijpend: zowel de beweging naar de dood als naar het leven in kaart brengen en de ambivalentie in kaart brengen. Dit kan d.m.v. ORBS: Open vragen, Reflecteren, Bevestigen, Samenvatten.
- Verklarend: ga op zoek naar:
- Levensgebeurtenissen, persoonlijkheid, coping;
- Hoe heeft de dood een rol gespeeld in het leven?
- Wat is iemands visie op de toekomst?
- Speelt er psychopathologie?
- Wat voor soort doodsverlangens spelen er (passief, actief, wens tot levensbeëindiging)?
- Thematiek van de doodsverlangens;
- Hoe zit het met ambivalentie en entrapment?
Interveniëren
Soms is er na het exploreren van het cliëntperspectief geen wens meer voor verdere begeleiding. Soms blijft er wel een actieve hulpvraag en dus behoefte voor interveniëren door de psycholoog. De cliënt kan hierin verschillende wensen hebben:
- Wens om meer richting het leven te gaan.
- Wens om begeleid te worden richting de dood.
- Wens voor begeleiding wanneer iemand geen euthanasie kan krijgen.
Interveniëren kan bijvoorbeeld door CGT, ACT, mindfulness, oplossingsgerichte therapie of EMDR (bijv. gericht op trauma’s of angst voor de toekomst).
Omgaan met de verschillende perspectieven
Bij elk perspectief horen bepaalde handelingen of aandachtspunten:
Cliëntperspectief |
|
Persoonlijk perspectief |
|
Juridisch perspectief |
|
Systeemperspectief |
|
Maatschappelijk perspectief |
|
Het was een boeiende en drukbezochte middag, die omvloog door de enorme kennis van de docent en de boeiend wijze waarop zij deze met ons wist te delen.
Wil je je verder verdiepen in dit thema? Dat kan!
- Het boek van Marion Klaver vind je hier.
- GERION organiseert een driedaagse cursus genaamd “Verlangen naar de dood: Het belang van psychologische expertise”.
- De RINO groep organiseert een tweedaagse cursus genaamd “Doodsverlangens bij ouderen: In gesprek met ouderen die verlangen naar de dood”.
- Daarnaast onderzoeken we als PgD met Marion Klaver of de lesstof van het boek en de studiemiddag kunnen worden aangeboden aan meer PgD-leden in de vorm van een workshop.
op: 2 april 2025